Het Gagel gebied in Oudhuyzen (Wilnis)

Oorspronkelijk was er op de plaats waar nu Oudhuyzen ligt een waddengebied, waarin, door jarenlang vrij spel van eb en vloed, zeeklei werd gedeponeerd. Deze zeeklei ligt nu op een diepte van ± 10 meter. Daarna werd het water minder zout, doordat de zee minder makkelijk toegang kreeg door de duinvorming langs de huidige kust. In het brakke water gingen water- en moerasplanten en bomen groeien. Ook kwam er heide voor. Door deze plantengroei is er veenvorming ontstaan. Dit proces heeft zich enkele malen herhaald en zo heeft zich een veenlaag gevormd van verscheidene meters dik.






Herstelwerk in dit gebied is gesponsord door:

Legakkers in het Gagelgebied.

Rond 1800 is men in Oudhuyzen weiland gaan afgraven(turf), waardoor er legakkers ontstonden.

Door het baggeren werden petgaten of putten gevormd. Deze turfwinning was alleen voor particulier en persoonlijk gebruik en niet voor de handel. In Oudhuyzen werd de vervening uitgevoerd door de familie Piet Vis. Later ging het gebied over in handen van de familie Verkerk, maar toen was de vervening al lang door burgemeester De Voogd stopgezet. Jan Verkerk was klompenmaker en verhuurde als bijverdienste roeiboten om in de Gagel te kunnen komen. Dit gebied had zich inmiddels ontwikkeld tot een prachtig stuk natuur met veel waterplanten en prachtig helder water. Dit water kon rond 1900, als de regenputten leeg waren, zelfs gedronken worden, zo helder was het!

Men had ook ontdekt dat hier de boerenkarper voorkwam, veel snoek, paling, ruisvoorn, brasem, zeelt en wat al niet meer; een visstek die veel Amsterdamse sportvissers aantrok.

Heel veel plaatsgenoten hebben in de Gagel zwemmen geleerd. Nu is dit alles over...

Gevist wordt er alleen door leden van de Hengelsportvereniging Wilnis. Roeiboten zijn niet meer te huur, en de Gagel is daardoor voor velen onbereikbaar geworden. Het is nu een stiltegebied, dat helaas dreigt verloren te gaan. Op de smalle akkers kunnen geen schapen meer lopen; ze zouden in het water vallen en verdrinken want de kanten zijn hoog. Verder kalven de oevers steeds verder af, door golfslag en het gegraaf van de muskusratten.

De huidige situatie

Door de familie Brouwer zijn acht akkers in beheer aangeboden aan de Stichting De Bovenlanden. De legakkers worden nu ieder jaar een of tweemaal gemaaid. De knot-ploeg van Leefbaar Mijdrecht-Wilnis houdt de houtopslag bij.

Maar er moest méér gebeuren. Door wind, golfslag en de muskusrat werden delen van de legakkers weggeslagen, en dreigden ze op termijn te verdwijnen. Daarom is er, in samenwerking met het LandschapErfgoed Utrecht een plan ontwikkeld om de legakkers in het Gagelgebied te beschermen. Dit plan is eind 2002 en begin 2003 door de Stichting uitgevoerd. In 2009 is nogmaals grootschalig herstelwerk gedaan.

Door dit project zijn de natuurwaarden in het gebied voor de nabije toekomst gered.

      

Oeverbegroeiing van legakker

In het Gagel-gebied zijn door het IVN 4 delen geïnventariseerd;
legakker 1, groengras akker,
legakker 2, kale akker,
legakker 3, half ruige akker en
legakker 4, ruige akker
legakker 11
legakker 12
legakker 18

Terug